Nederlandse kolonie
Na het faillissement van de WIC in 1791 werd Curacao een echte Nederlandse kolonie. Van bezit van een consortium van private aandeelhouders van de WIC werd Curacao een deel van het koninkrijk. In 1795 kwamen de slaven op Curacao in opstand. De opstand stond onder leiding van Tula, een slaaf die een centrale rol speelt in de geschiedenis van Curacao, de opstand werd na een korte periode neergeslagen. In 1800 werd Curacao bezet door de Engelsen, die in 1803 door de plaatselijke bevolking werden verdreven. In 1807 veroverden de Engelsen het eiland opnieuw. Sinds 1816 valt Curacao onder Nederlands bestuur. Kort daarna, in 1830 verboden de Engelsen de internationale handel in slaven. Dit leidde ertoe dat de handel in slaven economisch onaantrekkelijk werd. In 1863 werd de slavernij in Curacao afgeschaft. De lokale economie raakte in het slop. Veel voormalige slaven vonden het moeilijk om op Curacao in hun broodwinning te voorzien. Curacaoenaars emigreerden in grote getale naar plaatsen zoals Cuba om daar in suikerplantages te werken.
Tot in het begin van de 20e eeuw leefde Curacao van handel, landbouw en visserij. Het economische tij keerde in 1914 toen grote aardoliereserves in Venezuela werden ontdekt. Shell vestigde meteen eenolieraffinaderij op het eiland, overigens op Asiento – dezelfde plaats waar eerder in slaven gehandeld werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde het eiland een belangrijke rol bij de levering van brandstof voor de geallieerde troepen.
Een containerschip verlaat de haven van Curacao. In 1954 verkreeg Curacao samen met de andereNederlandse Antillen politieke autonomie. In jaren veertig en vijftig bracht raffinaderij toegenomen welvaart en modernisering voor het eiland, maar de welvaart was ongelijk verdeeld. De pas ontstaneCuracaose arbeidersklasse werd steeds ontevredener met de loonpraktijken van de Koninklijke Shell. Ook was de deelname van de Afro-Curacaose bevolking aan het politiek proces nog beperkt. Op 30 mei 1969 brak een arbeidersopstand uit bij de ingangspoort van de Shell raffinaderij. Tijdens de opmars naar de binnenstad werd onder andere de vakbondsleider Wilson Godett neergeschoten en staken woedende arbeiders panden in Punda en Otrabanda in brand. Nadat de lokale regering Nederlandse mariniers hadden laten overvliegen om de orde te herstellen, werd er flink gewerkt om de overheid te‘Antillianiseren’. In de jaren tachtig verliet Shell Curacao. De olieraffinaderij wordt overgenomen door deVenezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA.